Genen


Dit wordt waarschijnlijk een blogpost waar mijn moeder niet heel blij mee zal zijn. Met goede vriendin L. had ik het laatst over nature en nurture. Wat is nou bepaald door je opvoeding en je omgeving en wat wordt bepaald door je genen? Interessante vraag.

 

Hoe kom ik hier nu op? Volgende week ga ik op vakantie. Uiteraard ga ik naar Italie, het land waar ik geboren ben en waar een groot deel van mijn familie woont. Een deel van mijn genen komt dus daar vandaan. Maar de overerving waar ik het nú over wil hebben, komt van mijn Nederlandse kant. Van mijn moeder om precies te zijn.

 

Vanaf dat ik heel klein ben, gaan wij elk jaar weer op vakantie naar Italie. Een hele happening natuurlijk en voor een kind van zes ook reuze spannend. Niet alleen voor het kind van zes was het spannend, de moeder van 36 vond het duidelijk ook stressvol. De zogenaamde vakantiestress voelde mijn moeder elk jaar weer. En hierdoor ook het hele gezin.

 

De stress begon elk jaar –gelukkig pas- de dag voor vertrek. De laatste wasjes moesten nog gedraaid worden, boodschappen gedaan en een extra voorraad insuline moest met spoed gehaald worden bij de apotheek. Deze laatste klusjes gingen altijd gepaard met fikse ruzies tussen mijn ouders. Mijn vader liep de hele dag zenuwachtig rondjes door het huis en vroeg daarbij iedere vijf minuten of mijn moeder dit of dat al had ingepakt. Bij iedere vraag reageerde mijn moeder geirriteerder totdat er heel hard met deuren werd gesmeten. Dat was het moment waarop mijn vader een rondje door het bos ging maken en mijn moeder -mopperend- begon met inpakken.

 

Dit ritueel heb ik als ik kind nooit begrepen. Overigens vond er met kerst zo’n zelfde soort ritueel plaats, daar kom ik wellicht over een paar maanden nog op terug. Vakantie was toch leuk? En we gingen toch elk jaar weer naar hetzelfde land? Het land waar mijn beide ouders nota bene hebben gewoond en de taal meer dan goed spraken?

 

Inmiddels snap ik het wat beter. Mijn vader was waarschijnlijk al weken van te voren gespannen om zijn familie weer te zien. Daarnaast moet ik eerlijk zeggen dat mijn vader eigenlijk áltijd en óveral gespannen voor was. Vóór de voetbalwedstrijden van zijn club –Juventus- of het nationale elftal ging hij bijvoorbeeld naar de huisarts om kalmeringsmiddelen te halen. In Italie kan dat. En als hij dan eindelijk, mét de kalmeringsmiddelen, voor de tv zat, moest hij altijd het vuilnis buiten gaan zetten –of andere onbelangrijke dingen doen- op het moment dat het spannend werd. Zo heeft hij geloof ik nog nooit een strafschop live gezien.

 

Mijn moeder is daarentegen eigenlijk nooit gespannen. De rust zelve, wat dit soort dingen betreft. Heel nuchter. Zij zal zich nooit lange tijd van te voren ergens druk om maken, om met haar woorden te spreken: “men lijdt het meest door het lijden dat men vreest”. Mijn moeder begint alleen met alles op het laatste moment en dan kan het een en ander nog wel eens stressvol worden.

 

Na deze korte uitleg van mijn genenpakket is het dan ook niet heel verwonderlijk dat ik al een week zenuwachtig door huis loop, maar nog niks nuttigs heb gedaan. Alle wasjes moeten nog gedraaid worden, een aantal boodschappen moeten nog gedaan worden en aan inpakken heb ik nog niet eens gedacht.

 

Drie keer raden wat ik nu ga doen…



Gewoonten


Voor degenen die mij een beetje kennen, zal deze blogpost als een verrassing komen. Ga even zitten, haal diep adem, hier komt het: ik sport. En ik sport zelfs vrij fanatiek. Drie á vier keer per week haal ik tegenwoordig makkelijk. Hoe dit kan is mij eigenlijk ook nog steeds een raadsel. Ik leefde zo ‘fanatiek’ volgens het principe: liever lui dan moe. Inmiddels lijkt mijn lijfspreuk meer: no pain, no gain.

 

Als kind heb ik altijd vrij fanatiek gesport. Het begon ooit met klassiek ballet, die pret was echter gauw voorbij toen bleek dat ik niet de beste kon worden. Ik deed mee aan de selectie voor de balletacademie in Amsterdam, maar daar bleek heel snel dat mijn spieren te kort waren voor een professionele danscarriere. Radicaal ben ik gestopt. Vanaf dat moment heb ik nooit meer mijn spitzen aangeraakt. Hockey werd mijn nieuwe sport, inclusief alle hockeyfeestjes. Want onderschat dat niet, ook dat is topsport. Ook hier is de weerklank van mijn oude lijfspreuk te horen, liever lui dan moe. Liever de feestjes dan de actie.

 

Toch werd het nu, bijna een jaar geleden, echt eens tijd om een goed voornemen om te zetten in een goede gewoonte. Hardlopen had ik al eens een tijd gedaan, maar dat paste toch niet zo heel goed bij me. Net als met crosstrainen, wat ik daarna heb gedaan, zijn duursporten niet mijn favoriete bezigheden. Jezelf iedere keer weer moeten motiveren om uberhaupt te beginnen en dan ook tijdens de activiteit zelf de kracht vinden om het vol te houden, dat was niks voor mij. Door een goede tip van een collega ben ik gaan fitnessen. Niet in een sportschool vol klerenkasten, maar lekker thuis. Op de momenten waarop het mij het beste uitkomt. En dat is meestal ‘s avonds na 12 uur –het mag duidelijk zijn, ik ben een avondmens-.

 

Braaf werk ik drie keer per week mijn programma af, gecoacht door Tony Horton. Dit is een bekende Amerikaanse fitnesinstructeur die het programma P90X heeft ontwikkeld. Een heuse rage in Amerika,  waar zelfs Bruno Mars over zingt in de ‘Lazy song’.

 

Kortom, met dank aan de collega en Tony Horton heb ik het goede voornemen omgezet naar een goede gewoonte. Maar dat valt nog niet mee. Voordat je iets een gewoonte mag noemen, moet je het minstens 30 dagen volgehouden hebben. Pas dan is het voldoende geconditioneerd om ook echt een gewoonte te zijn. Heel bekend is ook het principe van de 30-day trial, populair gemaakt door Steve Pavlina.

 

Nog een paar tips die voor mij hebben gewerkt:

  • Richt je op maximaal één verandering per maand.

Wil je teveel tegelijk dan is het resultaat vaak dat er van geen van de voornemens iets terecht komt.

  • Schrijf je doel op papier.

Hierdoor wordt het serieuzer en officieler. Doordat je het concreet op papier hebt staan, zul je het doel ook serieus nemen. Daarnaast kan het ook verhelderend werken als je het moet opschrijven.

  • Vermijd negatieve gedachten over jezelf of over het doel wat je hebt.

Betrap je jezelf op negatieve gedachten? Buig ze dan om naar positievere. Voorbeeld, denk niet:Ik houd het toch nooit vol, maar denk: ik heb nu al drie keer gesport en dat is al een stuk meer dan ik daarvoor deed.

  • Beloon jezelf als je iets bereikt hebt!

Deze tip is heel belanrgrijk, die mag je nooit vergeten! Ik ben er zelf ook vrij goed in…

 

Nu lijkt het alsof ik het allemaal heel goed weet, maar dat valt vies tegen. Er zijn nog meer dan genoeg slechte gewoonten die ik nog moet aanpakken. Niet elke week de afwas laten staan totdat werkelijk alle borden in gebruik zijn, lege flessen shampoo weggooien en niet weken –of maanden- in de douche laten staan, de schone was direct uit de wasmachine halen, opnieuw leren fietsen…

 

Oftewel: 1 down, 43554722… to go!